Martijn Kagenaar
positionering & profilering

'Meer samen doen met makers'

Brigitte van Eck

Munttheater (Weert) – directeur

 

Het is de nachtmerrie van elk theater: maar drie voorstellingen kunnen geven in één theaterseizoen. Het overkwam directeur Brigitte van Eck in het Munttheater van Weert. En hoewel ze aanvankelijk vond dat ze het schip niet in de crisis mocht verlaten, bedacht ze zich en solliciteerde met succes bij het Theater aan het Vrijthof. Daar start ze op 15 maart.

Donderdag de 12e

Ik vind dat echt een 9/11 moment. De dag daarvoor sprak ik met de manager van Danny Vera of hij wel zou komen op die donderdag. Ik zei: ‘Hij heeft een volle zaal, we kunnen ons publiek toch niet teleurstellen?’ Maar Danny wilde vanwege de gezondheidsrisico’s echt niet komen. En dan kan en wil ik hem natuurlijk niet dwingen. De volgende dag werden we ingehaald door de werkelijkheid. We zaten op kantoor te kijken naar de premier en vielen letterlijk stil. Horen wij wat we horen? Dit sloeg in als een bom. Al snel haalde ik het managementteam bij elkaar en vroeg: wat moeten we doen, wat betekent dit voor de planning en hoe informeren we ons publiek? Dat deden we toen nog met de gedachte: dit duurt een paar weken... Dus we verplaatsten voorstellingen naar april! Nou, dat spoorboekje hebben we inmiddels al drie keer helemaal omgegooid.

Horizon verschuift telkens

De lijn van het kabinet wisselt elke paar weken. En voor ons is dat heel lastig. Wij zijn gewend om anderhalf jaar vooruit te kijken. Normaal zou ik in juni beginnen met het plannen van het seizoen ’22-’23. Impresariaten kondigen de producties al vroeg aan en als je grote namen of producties wilt boeken, moet je er snel bij zijn. Ik vermoed dat we nog ver in mei bezig zijn voor ’21-22; normaal was ik daar nu al mee klaar. Dat niet ver vooruit kunnen kijken is voor de hele theatersector lastig.

Drie voorstellingen in een jaar

In oktober konden wij drie anderhalvemeter-voorstellingen door laten gaan. Driemaal maximaal 88 bezoekers in een coronaproof theater en normaal kunnen er 430 mensen in onze zaal. Dat was een triest gezicht. In de foyer hebben we minizitjes gemaakt met voor iedereen een eigen kapstok, want je mag geen garderobe openstellen voor bezoekers. Jassen en drank in de zaal, die ruis willen we de artiest niet aandoen. Na die drie dagen moesten we alweer dicht. Maar ik weet dat iedereen het geweldig heeft gevonden. De artiesten waren super eager om weer het podium op te mogen en de bezoekers waren daar heel dankbaar voor. De beleving was zo intens, we hebben nog nooit zo hard geklapt. Sindsdien is het hier stil. We hebben geen vlakke vloer, dus in de zaal kunnen we geen zitjes creëren én de horeca mag niet open. Voor mij is een avondje theater niet compleet zonder drankje; het gaat om de totaalbeleving. Wij gaan pas weer open als er minimaal zestig mensen mogen komen en de horeca open mag.

Seizoensopening

Gelukkig mochten we in september nog het Cultureel Lint organiseren (de opening van het culturele seizoen in Weert, mk). Normaal komen daar 20 duizend mensen op af, maar dat moest nu natuurlijk 100% coronaproof. De vergunning kwam pas anderhalve week van tevoren, dus moesten we met zijn allen keihard werken om alles op tijd gereed te krijgen. Dat is gelukt en het werd het meest intense Cultureel Lint ooit!

Eigen productie goud waard

Ons artistieke hart klopte natuurlijk door. We hebben een mooie Kerstspecial gemaakt voor de lokale televisie en Facebook. Met plaatselijke artiesten gaven we Weert zo een cadeautje. De energie die vrijkwam toen wij en de artiesten weer met ons vak bezig konden zijn, was goud waard. Maar nu, in de totale lockdown ondernemen we geen podiumactiviteiten. De gezondheid staat voorop!

Niemand werkeloos thuis

De jongens van techniek hebben de zaal opnieuw geschilderd, een gigantische klus. Straks is het theater echt een paleis, alles weer spic en span! Marketing en kassa zijn continu bezig met voorstellingen annuleren, kaarten terugnemen, mensen informeren, geld terug of niet? En we hebben nieuwe systemen voor planning en ticketing in gebruik genomen die helemaal naar onze eigen werkprocessen zijn ingericht.

Co-creëren met gezelschappen

Gezelschappen maken vierjarenplannen waar theaters nog te weinig bij worden betrokken. Wij zitten aan het eind van de keten: neem je de voorstelling of niet? Eigenlijk moet je dat hele subsidiebestel herzien. Ik zou willen dat gezelschappen meer gaan co-produceren met theaters in de regio. Als je mede-eigenaar wordt van zo’n plan, ben je ook mede-eigenaar van het succes, het afnemen van de voorstellingen én de manier waarop die in het land worden afgezet. Ik heb het niet over artistieke bemoeienis, maar ik kan als theater wel extra betekenis toevoegen rond een voorstelling. Wij kennen ons publiek: hoe kunnen we dat nog meer betrekken bij de voorstelling dan alleen een inleiding vooraf? Door bijvoorbeeld naar een repetitie te gaan, of dat Toneelgroep Maastricht zoals nu al regelmatig gebeurt tijdens het Cultureel Lint een lezing doet, of dat onze fanfare er muziek bij maakt. Wat kun je meer doen met de thematiek van een productie? Daar zou ik aan de voorzijde over willen meedenken. Zo bouw je een duurzamere relatie op met een gezelschap. Er zijn meer theaters waar dit idee leeft (zie bijvoorbeeld deze oproep van Bas Schoonderwoerd, Brigittes collega in Heerlen, mk).

Van Weert naar Maastricht

Heel veel mensen stuurden me die vacature. Mijn eerste reactie was: ‘Dat kan niet! Ik mag het schip niet nu verlaten!’ Maar toen ik daarover goed nadacht besefte ik: na tien jaar staat het theater er financieel gezond bij en is er veel gebouwd voor de toekomst, dus waarom eigenlijk niet? Toen kwam de derde vraag: hoe lang voeg ik hier nog waarde toe – twee, drie jaar? Uiteindelijk concludeerde ik dat dit juist een goed moment was om ergens anders heen te gaan. Zo vaak komen zulke kansen niet voorbij: een prachtig theater in een prachtige stad, een klus vol uitdagingen. Toen ik dat alles overzag, kwam er een grote rust over me. Ik kon er vol voor gaan. Toen ik werd gekozen uit vijftig kandidaten maakte dat me natuurlijk superblij.

Foto: Rob Nijpels

 

 

Tegenstelling 1
Maskers op – maskers af

In ons theater zijn er geen maskers op- of afgegaan. Ik ken het team al tien jaar en weet waar ik op kan bouwen. Privé is er wel wat veranderd: ik heb opeens vrij in het weekend. Dat is zo raar! Nu heb ik tijd om met mijn zoon te schaken. Die paar dagen per week ben ik nu iets minder theaterdirecteur en iets meer moeder.

Tegenstelling 2
Digitaal – fysiek

Van nature ben ik een echte knoeveleer. En dat mis ik heel erg. Maar afstand bewaren is op zich niet slecht. Ik denk wel dat dat blijft… Digitaal vergaderen is handig, maar als je écht iets wil bespreken, moet je bij elkaar zijn. Je bent aan een tafel meer bij elkaar, het voelt veiliger als iemand een probleem wil delen. In Teams steek je je handje op en moet je de beurt krijgen. Maar soms moet je in the heat of the moment meteen reageren voor het beste resultaat.

Tegenstelling 3
Plezier – angst

Het is zonde om in angst te leven. Hoe lastig het nu ook is om plezier te hebben. Ik ken als rasoptimist geen angst en hoop dat ik het weinig ga voelen. Daarom geniet ik zoveel mogelijk van de kleine dingen. Een wandeling. Het cryptogram van de Volkskrant op de zaterdagochtend.